Zonnepanelen

10. Is er een gunstige businesscase?

Die vraag kun je alleen zelf beantwoorden, maar anderen kunnen er wel bij helpen. Er zijn meerdere elementen die bij het beantwoorden een rol spelen:

 

  • In hoeverre versterken zonnepanelen het imago en reputatie van het bedrijf?
  • Welke subsidies beïnvloeden de ‘return on investment’?
  • Wat is de (gemiddelde) jaaropbrengst van de zonnepanelen?

 

– Met zonnepanelen draag je bij aan duurzamer energiegebruik. Dankzij subsidie bespaar je ook op uitgaven. Hoeveel subsidie je kunt krijgen, is sterk afhankelijk van de situatie. Die bepaalt dan ook in hoeveel tijd de investering in zonnepanelen zich terugverdient. Iedere situatie is anders. Maar één ding geldt overal: zonnepanelen is dubbel besparen: op gebruik van fossiele brandstoffen en op uitgaven aan energie. Het loont dus je er even in te verdiepen.

 

Voorbeeldberekening terugverdientijd: 

Het dak van ons bedrijfspand is 300 m2. Een zonnepaneel meet 1,6 m2. Er zouden dus 187 panelen een plek kunnen krijgen. Toch is het niet verstandig er 187 te laten plaatsen. Ons bedrijf verbruikt namelijk zo’n 45.000 kWh aan elektriciteit per jaar. En ieder paneel levert 375kWh. Met 120 zonnepanelen kunnen we dus voldoende  opwekken. 

 

We gaan uit van een kostprijs per paneel van € 300 (exclusief btw) en de prijs van elektriciteit van 0,19 eurocent per kWh.

 

De investering is dan 120 x 300 = €36.000.
De besparing per jaar 45.000kWh x 0,19 = €8.550
De terugverdientijd is dan iets meer dan vier jaar.

 

Bij een hogere prijs per paneel of een lagere prijs van energie (voor grootverbruikers bijvoorbeeld) wijkt die periode uiteraard af.

 

– De overheid stimuleert de opwekking van duurzame energie. Omdat dat meer kost dan het opwekken van energie uit fossiele brandstoffen, springt de overheid financieel bij. De Subsidie Duurzame Energie Plus (SDE+) vergoedt het verschil. Tot een bepaald maximum. Het verschil tussen de kostprijs van ‘groene’ en ‘grijze’ energie wordt jaarlijks vastgesteld. De energieprijzen schommelen immers op de wereldmarkt.

 

– Wie meer opwekt dan hij of zij zelf nodig heeft, kan die elektriciteit tegen vergoeding afstaan aan het energiebedrijf. Dat betaalt je echter niet meer dan de kosten van opwekking van grijze stroom. De overheid legt het verschil bij. Ook dit is weer gebonden aan bepaalde grenzen.

 

– Bovendien krijg je voor geleverde stroom altijd minder dan wanneer je die stroom zou inkopen bij de energiemaatschappij.
Hoe meer het kost om grijze energie op te wekken, hoe geringer het verschil en dus ook hoe beperkter de subsidie. Andersom geldt ook. Als grijze energie goedkoop is, is het verschil groter en legt de overheid meer bij. 
Omdat je zelf energie opwekt, heb je ook voordeel vanwege lagere energiekosten.

 

Voorbeeldberekening terugverdientijd: 

Mijn installatie levert jaarlijks 90.000 kWh elektriciteit op. De helft daarvan gebruik ik zelf, de rest sta ik af aan de energiemaatschappij.

 

Ik bespaar op uitgaven aan elektriciteit die ik anders had moeten inkopen:  € 2835
Voor het leveren van 45.000 kWh ontvang ik: € 1710

 

Subsidies
Omdat ik schone stroom lever die meer kost om te maken, ontvang ik:  € 2610
Omdat mijn zelf opgewekte stroom me meer kost, krijg ik:  € 1350
Het totaalbedrag dat ik bespaar is opgeteld: € 8505

 

Om de energie op te wekken, heb ik een installatie moeten aanschaffen die € 70.000 kost.
Na iets meer dan 8 jaar heb ik de kosten daarvan eruit. 

Delen op social:

Maak het verschil met de kennis van morgen