Zonnepanelen

4. Soorten zonnepanelen en aansluitingen. 

– Een zonnepaneel bevat zonnecellen, gemaakt van zeer zuiver zand (of silicium). De twee meest voorkomende soorten zijn monokristallijn en polykristallijn. Bij een monokristallijn cel wekt één kristal de elektriciteit op, bij polykristallijn zijn meerdere cellen actief.

– Monokristallijnen zonnepanelen zijn vaak zwart, polykristallijnen panelen volgen een ruitvormig patroon. Wat kosten en opbrengsten betreft, ontlopen ze elkaar niet veel.

– Een derde variant is amorf silicium. Hierbij gaat het om een dunne film zonnecellen op een rol. Daardoor zijn de zonnepanelen flexibel. Deze toepassing is geschikt voor bijvoorbeeld camping en boot. De stroomopbrengst is minstens 30% minder en het verlies aan vermogen gaat veel sneller.

– Een variant op kristallijnen panelen zijn glas-op-glas panelen. Hierbij worden voor- en achterzijde van het paneel voorzien van glas in plaats van plastic. De opbrengst is hoger, maar het gewicht ook. Bovendien zijn ze duurder.

– Voor transport van zonnestroom zijn aansluitingen en omvormers nodig. Die zetten de gelijkspanning om in wisselspanning. Als zonnepanelen in serie zijn geschakeld, is er een centrale omvormer. Als ze parallel zijn geschakeld, heeft elk paneel een micro-omvormer.

– Bij parallel-schakeling blijven de overige panelen nog werken als er één uitvalt. Bij serie-schakeling is dat niet zo; deze zijn echter wel erg efficiënt en worden daarom veel toegepast.

– Bij parallel-schakeling kan gebruik worden gemaakt van zogeheten power optimizers, kleine kastjes onder de panelen die ervoor zorgen dat de stroomopbrengst optimaal wordt benut.

Let op: omvormers gaan minder lang mee dan zonnepanelen. Na een jaar of tien moeten ze worden vervangen.

Delen op social:

Maak het verschil met de kennis van morgen